alligatorzine | people

listing | zine

Will Alexander is een dichter, romancier, essayist, toneelschrijver en beeldend kunstenaar, woonachtig en werkzaam in Los Angeles. Tot zijn vele onderscheidingen behoren onder meer een PEN Oakland Award, een Whiting Fellowship for Poetry, een California Arts Council Fellowship. Hij heeft jarenlang meerdere onderbetaalde functies uitgeoefend en aan verscheidene instellingen gedoceerd, waaronder de non-profit organisatie Theatre of Hearts / Youth First, die zich richt tot verwaarloosde jongeren die het risico lopen mishandeld te worden. Recente dichtbundels zijn The Sri Lankan Loxodrome (New Directions, 2009) en Compression & Purity (City Lights, 2011). Daarnaast verschenen in 2011 het essay On The Substance Of Disorder (Insert Press), de roman Diary As Sin (Skylight Press, England), het toneelwerk Inside The Earthquake Palace (Chax Press) en de filosofische studie Mirach Speaks To His Grammatical Transparents (Oyster Moon Press).

Will Alexander is a poet, novelist, essayist, playwright, and visual artist who lives and works in Los Angeles. His many honors include a PEN Oakland Award, a Whiting Fellowship for Poetry, and a California Arts Council Fellowship. He has worked several less rewarding jobs over the years, and has taught at various institutions, including the nonprofit organization Theatre of Hearts / Youth First that serves neglected, at-risk youth. Recent collections of poetry: The Sri Lankan Loxodrome (New Directions, 2009) and Compression & Purity (City Lights, 2011). Also in 2011: the essay On The Substance Of Disorder (Insert Press), his novel Diary As Sin (Skylight Press, England), a selection of plays Inside The Earthquake Palace (Chax Press), and the philosophical study Mirach Speaks To His Grammatical Transparents (Oyster Moon Press).

Will Alexander, The Sri Lankan Loxodrome, New Directions, New York, 2009

Auxeméry woonde in Afrika, alvorens zich in Frankrijk aan de Atlantische Oceaan te vestigen. Hij blijft de wereld (woestijnen, ruïnes...) afreizen, en de kronkelpaden van zijn bibliotheek volgen. Auxeméry vertaalde verscheidene Amerikaanse dichters (Olson, Pound, HD, Reznikoff, Eshleman, Tarn, Koch...) en publiceerde onder meer een Catullus (1999) en het verhaal Les Actes d'Hélène (2000). In de reeks Poésie/Flammarion: Parafe (1994, waarin onder meer tal van zijn vroegere gedichten uit de bundels Le centre de gravité en Le feu l'ombre zijn verzameld) en Codex (2001). Zijn nieuwe verzameling gedichten, Les animaux industrieux, verscheen in september 2007.

Auxeméry has lived in Africa, before settling near the Atlantic shore, in France. He continues traveling around some parts of the world (deserts, ruins...) and along the paths of his library. He has translated various American poets (Olson, Pound, HD, Reznikoff, Eshleman, Tarn, Koch...) and published a Catullus, and a story, Les Actes d'Hélène (Ulysse, 2000). At Poésie/Flammarion: Parafe (1994, collecting some of his previous poems from Le centre de gravité and Le feu l'ombre, plus others) and Codex (2001). His new collection of poems, Les animaux industrieux, was published in September 2007.

Auxeméry, Les animaux industrieux, Flammarion, Paris, 2007

Dan Borris. De fotograaf Dan Borris verhuisde met zijn familie van New York naar San Miguel de Allende (Mexico) in 1996. Momenteel woont hij in San Antonio, Texas. Zijn foto's werden gepubliceerd in gerenommeerde magazines zoals onder meer Vanity Fair, Rolling Stone, The New York Times en Smithsonian. Zijn omvangrijk oeuvre omvat opdrachten voor zowel reclamebureaus en platenmaatschappijen als topbedrijven en het Witte Huis, waaronder klanten als The Gap, American Express, Sony en Atlantic Records. Zijn werk werd geprezen door Communication Arts, American Photography, The Society of Publication Designers, en The Art Directors Club of New York. Zijn foto's werden tentoongesteld in de Verenigde Staten en Mexico. Zijn recentste tentoonstelling, Las Canchas: Juego de Pelota vond plaats in de Blue Star Contemporary Art Space, in San Antonio. Dan is een gegradueerde van The San Francisco Art Institute.

Dan Borris. Photographer Dan Borris and his family moved from New York City to San Miguel de Allende, Mexico in 1996. He now resides in San Antonio, Texas. His photographs have appeared in such major magazines as Vanity Fair, Rolling Stone, The New York Times and Smithsonian among many others. He has done extensive work ranging from advertising agencies and record companies, to Fortune 500 companies and the White House, with clients including The Gap, American Express, Sony and Atlantic Records. His work has been honored by Communication Arts, American Photography, The Society of Publication Designers, and The Art Directors Club of New York. His photographs have been exhibited in the United States and México. His most recent exhibition, Las Canchas: Juego de Pelota was shown at Blue Star Contemporary Art Space, in San Antonio. Dan is a graduate of The San Francisco Art Institute.

Chris Brown is een componist, pianist, elektromusicus en creëert muziek voor zowel akoestische instrumenten met interactieve elektronica als computernetwerken en improvisatiemuziekensembles. Samenwerking en improvisatie zijn terugkerende thema’s in zijn werk, naast het uitvinden en bespelen van nieuwe elektronische instrumenten. Dit betreft zowel elektroakoestische instrumenten (Gazamba, 1982), als transformatiesystemen voor akoestische instrumenten (Lava, 1992), of publieke interactieve FM radio-installaties (Transmissions, 2004). Hij ontwikkelt ook zelf de interactieve muzieksoftware voor zijn composities en improvisaties. Gedurende meer dan 20 jaar maakte hij deel uit van de grensverleggende computernetwerkband THE HUB. Als uitvoerder nam hij werk op van Henry Cowell, Luc Ferrari, José Maceda, John Zorn, David Rosenboom, Larry Ochs, Glenn Spearman en Wadada Leo Smith; als improvisator maakte hij opnamen met onder meer Anthony Braxton, Pauline Oliveros, Fred Frith, Rova Saxophone Quartet, Ikue Mori, Alvin Curran, William Winant, Biggi Vinkeloe, Don Robinson, Frank Gratkowski. Opnames van zijn muziek zijn beschikbaar op de labels Tzadik, Pogus, Intakt, Rastascan, Ecstatic Peace, Red Toucan, SIRR en Artifact. Recente uitvoeringen van werk vonden plaats als centrale componist-uitvoerder op de Donaueschingen MusikTage in oktober 2000, en de première van nieuw werk voor gong en live elektronica in februari 2010 op het Ugnayan Festival aan de University of the Philippines. Hij is professor musicologie aan het Mills College, waar hij tevens co-directeur is van het Center for Contemporary Music (CCM).

Chris Brown, composer, pianist, and electronic musician, creates music for acoustic instruments with interactive electronics, for computer networks, and for improvising ensembles. Collaboration and improvisation are consistent themes in his work, as well as the invention and performance of new electronic instruments. These range from electro-acoustic instruments (Gazamba, 1982), to acoustic instrument transformation systems (Lava, 1992), and audience interactive FM radio installations (Transmissions, 2004). He also writes his own interactive music software that he uses in his compositions and improvisations. He has been a member for over 20 years of the pioneering computer network music band THE HUB. As a performer he has recorded music by Henry Cowell, Luc Ferrari, José Maceda, John Zorn, David Rosenboom, Larry Ochs, Glenn Spearman, and Wadada Leo Smith; as an improvisor he has recorded with Anthony Braxton, Pauline Oliveros, Fred Frith, Rova Saxophone Quartet, Ikue Mori, Alvin Curran, William Winant, Biggi Vinkeloe, Don Robinson, and Frank Gratkowski, among many others. Recordings of his music are available on Tzadik, Pogus, Intakt, Rastascan, Ecstatic Peace, Red Toucan, SIRR, and Artifact labels. Recent performances include as featured composer/performer on the Donaueschingen MusikTage in October 2000, and the premiere of a new work for gongs and live electronics in February 2010 at the Ugnayan Festival at the University of the Philippines. He is a Professor of Music at Mills College where he is also Co-Director of the Center for Contemporary Music (CCM).

www.cbmuse.com

Chris Brown, Rogue Wave, Tzadik, New York, 2005

Lynne Cohen is geboren in de Verenigde Staten in 1944 en woont sinds 1973 in Canada. Vanaf de vroege jaren zeventig fotografeerde ze clubs, klaslokalen, kuuroorden, militaire instellingen, laboratoria en andere lege publieke en private interieurs, met speciale aandacht voor het ongewone en de contradicties van de alledaagse wereld. Haar werk heeft een sociale en politieke, soms zelfs kritische dimensie, en bevat bovendien een laconieke vorm van humor. De plaatsen die ze fotografeert bestaan werkelijk, maar zien er dikwijls uit als constructies of installaties die men aantreft in een hedendaagse kunstgalerie. Ze nam deel aan talrijke solo- en groepstentoonstellingen en aan haar oeuvre werden, naast de vele individuele en groepscatalogi, vijf monografieën gewijd: Occupied Territory, L'endroit du décor / Lost and Found, No Man's Land, Camouflage en Cover. Haar werk is opgenomen in publieke en private collecties in de Verenigde Staten, Canada en Europa. Ze ontving een aantal beurzen en prijzen, waaronder de Governor General's Award in Visual Arts and Media Arts (Canada) in 2005. Ze gaf ook vele workshops zowel in Canada als het buitenland en was een dertigtal jaar actief als universiteitsprofessor.

Lynne Cohen was born in the Unites States in 1944 and since 1973 has resided in Canada. Starting in the early 1970s she has photographed men’s clubs, classrooms, spas, military installations, laboratories and other uninhabited public and private interiors, focusing on the strangeness and contradictions in the everyday world. While her work has a social and political, even a critical, edge, it also has a wry humour. The sites she photographs exist but often look like constructions or installations lifted from a contemporary art gallery. She has had numerous solo and group shows and five monographs devoted to her work: Occupied Territory, L'endroit du décor / Lost and Found, No Man's Land, Camouflage and Cover in addition to many individual and group catalogues. She is represented in public and private collections in the United States, Canada and Europe and is the recipient of grants and prizes, including the Governor General's Award in Visual Arts and Media Arts (Canada) in 2005. She has also conducted many workshops in Canada and abroad and was for some thirty years a university professor.

www.lynne-cohen.com

Lynne Cohen, Camouflage, Le Point du Jour Éditeur, Cherbourg, 2005

Peter Cole. Zijn laatste poëziebundel, Things on Which I’ve Stumbled, verscheen in 2008 bij New Directions. The Dream of the Poem: Hebrew Poetry from Muslim and Christian Spain, Princeton University Press, ontving de American Publisher Association’s Hawkins Prize voor de beste universiteitsuitgave van 2007. De MacArthur Foundation heeft Peter Cole een beurs toegekend.

Peter Cole's recent volume of poems, Things on Which I’ve Stumbled, was published by New Directions in 2008. The Dream of the Poem: Hebrew Poetry from Muslim and Christian Spain, published by the Princeton University Press, received the American Publisher Association’s Hawkins Prize for the outstanding university press book of 2007. Cole was recently named a MacArthur Foundation Fellow.

Peter Cole, Things on Which I've Stumbled, New Directions, New York, 2008

Erika Dagnino, auteur en dichter, leverde bijdragen aan de literaire en muziektijdschriften Fertililinfe, Quaderni d'Altri Tempi, Suono Sonda en de website musicboom.it. Voor Anthony Braxton’s Italian Quartet, Standards (2006), live opgenomen in het PP Café in Brussel, verzorgde ze de bijsluiterteksten. Ze heeft samengewerkt met de Italiaanse avant-gardeviolist Stefano Pastor en de bassist Andrea Rossi Andrea, de Engelse saxofonist George Haslam, en de Amerikaanse pianist en componist Chris Brown. In New York trad ze op met Satoshi Takeishi, Jason Mears, Kevin Farrell, Mike Pride, Chris Welcome, Reuben Radding, Harris Eisenstadt, en werkte tevens samen met de Amerikaanse dichter Mark Weber en een aantal beeldende kunstenaars. Haar poëzie, fictie en theater werden in verscheidene bloemlezingen opgenomen en meermaals genomineerd. Tot haar recent werk behoren Ru e Fro, Gèr e Màl (novelle), Cycles (mixed media, met Stefano Pastor en vertaald door Anthony Barnett), Racconti dell'ombra (kortverhalen), I Canti dell’occhio, Dal Fondo del Metallo en Motions (poëzie).

Erika Dagnino. A writer and a poet, Erika Dagnino has contributed to the literary and music magazines Fertililinfe, Quaderni d’Altri Tempi, Suono Sonda and the web site musicboom.it. She wrote the liner notes for Anthony Braxton’s Italian Quartet, Standards (2006), recorded live at PP Café, Brussels. She has also worked with Italian avant-garde violinist Stefano Pastor and the bass player Andrea Rossi Andrea, English saxophonist George Haslam and American pianist and composer Chris Brown. She has performed in New York with Satoshi Takeishi, Jason Mears, Kevin Farrell, Mike Pride, Chris Welcome, Reuben Radding, Harris Eisenstadt and has collaborated with the American poet Mark Weber and with a number of visual artists. Her poetry, fiction and drama have appeared in various anthologies and have won several awards. Her latest works include Ru e Fro, Gèr e Màl (novella), Cycles (mixed media, with Stefano Pastor and with English translation by Anthony Barnett), Racconti dell'ombra (short stories), I canti dell'occhio, Dal fondo del metallo and Motions (poetry).

www.erikadagnino.it

Erika Dagnino & Stefano Pastor, Cycles, Slam Productions, Abingdon, 2007

Maria Damon is hoofd en hoogleraar menswetenschappen en medialeer aan het Pratt Institute of Art. Ze is de auteur van twee studies over poëzie, co-auteur (met mIEKAL aND en Jukka-Pekka Kervinen) van meerdere poëziebundels, en samen met Ira Livingston editor van Poetry and Cultural Studies: A Reader.

Maria Damon is Chair and Professor of Humanities and Media Studies at the Pratt Institute of Art. She is the author of two books of poetry scholarship; co-author (with mIEKAL aND and Jukka-Pekka Kervinen) of several books of poetry; and co-editor, with Ira Livingston, of Poetry and Cultural Studies: A Reader.

Maria Damon & Ira Livingston, Poetry and Cultural Studies: A Reader, University Of Illinois Press, 2009

Alfonso D'Aquino. Mexico stad, 1959. Dichter, essayist en editor. Hij publiceerde onder meer de poëziebundels Prosfisia (1981), piedra no piedra (1992), Víbora breve (1999), Basilisco (2001) en Naranja verde (2002). Astro labio (2010) is zijn recentste publicatie. Daarnaast schreef hij tal van boeken voor kinderen. Sinds 1997 aangesloten bij het Sistema Nacional de Creadores de Arte, FONCA, sinds 1999 aan het hoofd van het poëziecentrum Taller de Poesía y Silencio. Hij woont momenteel midden de bossen in de omgeving van Cuernavaca.

Alfonso D'Aquino. Mexico city, 1959. Poet, essayist and editor. Among his books of poetry are: Prosfisia (1981), piedra no piedra (1992), Víbora breve (1999), Basilisco (2001) and Naranja verde (2002). His most recent book is Astro labio (2010). Author of various books for children. Since 1997 member of Sistema Nacional de Creadores de Arte, FONCA. Since 1999 he directs the Taller de Poesía y Silencio. He currently lives in the woods near Cuernavaca.

Jacques Demarcq, geboren in 1946, woont in Parijs en is een globetrotter. Hij was journalist, docent literatuur, beheerder (managing agent), lokaal geschiedschrijver, acteur en medewerker van het tijdschrift TXT, redacteur en kunstcriticus, docent vormgeving. Hij is nog altijd actief als vertaler, schrijver, graficus. Hij heeft heel wat van E. E. Cummings vertaald, en in mindere mate van Gertrude Stein en Andrea Zanzotto. Hij publiceerde tal van boeken, waaronder recent Les Zozios (gedichten, 350 p., Caen, éditions Nous, 2008), Nervaliennes (Paris, Corti, 2010), Avant-taire (roman in versvorm, Nous, 2013), Tonton au pays des Viets (gedichten, foto's en tekeningen, Guern, Passage d'encres, 2014), Rimbaldiennes (Bordeaux, Atelier de l'agneau, 2015).

Jacques Demarcq, born in 1946, lives in Paris or travels. He was a journalist, professor of literature, managing agent, local historian, actor, member of the magazine TXT, editor and art critic, professor of design. He still is: a writer, translator, graphic artist. He has translated much of E. E. Cummings, and some of Gertrude Stein and Andrea Zanzotto. He has published a score of books, recently: Les Zozios (The Birdies, poems, 350 p., Caen, éditions Nous, 2008), Nervaliennes (Paris, Corti, 2010), Avant-taire (novel in verse, Nous, 2013), Tonton au pays des Viets (poems, photographs, drawings, Guern, Passage d'encres, 2014), Rimbaldiennes (Bordeaux, Atelier de l'agneau, 2015).

Jacques Demarcq, Les Zozios, Éditions Nous, Caen, 2008

Kurt Devrese is multimediaal werkzaam. Alligators initiator en editor. Vertaler van hoofdzakelijk Amerikaanse literatuur (onder meer voor Alligatorzine, Obscuur, Parmentier en Yang). Grafisch vormgever bij Alligator/Studio. In 2010 lanceerde hij kd-wbst, een onlineproject dat focust op zijn visuele en multimediale werk.

Kurt Devrese is active in various media. Alligator's initiator and editor. Translator (in Dutch) of mainly American literature. Graphic designer at Alligator/Studio. In 2010 he launched kd-wbst, a project online which focuses on his visual and multimedia work.

webpage: alligator/studio
www.kd-wbst.net

Devrese, Recluse, - , Belgium, 1985

Rachel Blau DuPlessis is de auteur van de gedichtencyclus Drafts. Haar nieuwste bundel, Surge: Drafts 96-114, verscheen bij Salt in 2013. Interstices, haar eerste “interstitieel” werk, verscheen bij SubPress Collective in 2013. Eveneens in 2013 werden zowel Italiaanse als Franse vertalingen van Drafts in boekvorm gepubliceerd: Dieci Bozze (trans. Morresi), Vydia editore, en Brouillons (trans. Auxeméry), Corti. Andere bundels zijn: The Collage Poems of Drafts (2011), Pitch: Drafts 77-95 (2010), Torques: Drafts 58-76 (2007), en Drafts 39-57, Pledge, with Draft unnumbered: Précis (2004), allen bij uitgeverij Salt, alsook Drafts 1-38, Toll (Wesleyan U.P., 2001). Haar literatuurkritisch boek Purple Passages: Pound, Eliot, Zukofsky, Olson, Creeley and the Ends of Patriarchal Poetry (University of Iowa Press, 2012) maakt deel uit van een trilogie over gender en poëzie. De vorige delen The Pink Guitar: Writing as Feminist Practice en Blue Studios: Poetry and its Cultural Work verschenen bij University of Alabama Press.

Rachel Blau DuPlessis is the author of the long poem Drafts. Her newest collection is Surge: Drafts 96-114, from Salt in 2013. The first “interstitial” work, Interstices appeared from SubPress Collective in 2013. Also in 2013, translations of Drafts into Italian and French were published: Dieci Bozze (trans. Morresi) from Vydia editore and Brouillons (trans. Auxeméry) from Corti. Other volumes include The Collage Poems of Drafts (2011), Pitch: Drafts 77-95 (2010), Torques: Drafts 58-76 (2007), and Drafts 39-57, Pledge, with Draft unnumbered: Précis (2004), all from Salt, as well as Drafts 1-38, Toll (Wesleyan U.P., 2001). Her recent critical book Purple Passages: Pound, Eliot, Zukofsky, Olson, Creeley and the Ends of Patriarchal Poetry (University of Iowa Press, 2012) is part of a trilogy of works about gender and poetics that includes The Pink Guitar: Writing as Feminist Practice and Blue Studios: Poetry and its Cultural Work, both from University of Alabama Press.

http://wings.buffalo.edu/epc/authors/duplessis
rachelblauduplessis.com

Rachel Blau DuPlessis, Drafts 1-38, Toll, Wesleyan University Press, Middletown, 2001

Clayton Eshleman. Auteur van meer dan twintig boeken: poëzie (hoofdzakelijk uitgegeven door Black Sparrow Press), proza of essays. De editor van vermaarde magazines als Caterpillar (1967-1973) en Sulfur (1981-2000). Daarnaast is hij een productief vertaler, voornamelijk uit het Spaans (Neruda en Vallejo) en het Frans (Artaud en Césaire). Clayton Eshlemans meest recente boeken zijn: Juniper Fuse: Upper Paleolithic Imagination & the Construction of the Underworld (Wesleyan, 2003), My Devotion (Black Sparrow Books, 2004), Conductors of the Pit (Soft Skull, 2005), Reciprocal Distillations (Hot Whiskey, 2006), An Alchemist with One Eye on Fire en Archaic Design (Black Widow Press, 2006). In december 2006 verscheen bij University of California Press zijn vertaling The Complete Poetry of César Vallejo. Nieuwe publicaties zijn onder meer: Anticline (2011), Curdled Skulls (een vertaling van Bernard Bador, 2011), Endure (Bei Dao, vertaald samen met Lucas Klein, 2011), uitgegeven door Black Widow Press; An Anatomy of the Night (2011) en The Jointure (2012), beide uitgegeven door BlazeVOX. The Price of Experience, een compendium van poëzie en proza, dat teruggaat tot 1967, verscheen onlangs bij Black Widow Press. Hij woont in Ypsilanti (VS), met zijn vrouw Caryl, waar hij Professor Emeritus aan de Eastern Michigan University is.

Clayton Eshleman. The author of more than twenty books: poetry (mostly published by Black Sparrow Press), prose or essays. The editor of legendary journals as Caterpillar (1967-1973) and Sulfur (1981-2000). He is also a prolific and masterly translator, especially from the Spanish of Neruda and Vallejo and the French of Artaud and Césaire. Clayton Eshleman's most recent books are: Juniper Fuse: Upper Paleolithic Imagination & the Construction of the Underworld (Wesleyan, 2003), My Devotion (Black Sparrow Books, 2004), Conductors of the Pit (Soft Skull, 2005), Reciprocal Distillations (Hot Whiskey, 2006), An Alchemist with One Eye on Fire and Archaic Design (Black Widow Press, 2006). In December 2006, University of California Press published his translation of The Complete Poetry of César Vallejo, with a Foreword by Mario Vargas Llosa. His new books include Anticline (2011), Curdled Skulls (translations of Bernard Bador, 2011), Endure (cotranslations of Bei Dao with Lucas Klein, 2011), all published by Black Widow Press, and An Anatomy of the Night (2011) and The Jointure (2012), both from BlazeVOX. Recently, Black Widow Press published a large compendium of poetry and prose going back to 1967, The Price of Experience. He lives in Ypsilanti, with his wife Caryl, where he is Professor Emeritus at Eastern Michigan University.

www.claytoneshleman.com

Clayton Eshleman, The Grindstone of Rapport: A Clayton Eshleman Reader, Black Widow Press, Boston, 2008

Alice Evermore. De poëzie van Alice Evermore refereert aan zowel het persoonlijk dualisme als de moderne natuurwetenschap. Door wetenschappelijk jargon te koppelen aan een aangeboren zelfonderzoek, komt ze tot een vreemde infusie van primaire verwondering en hedendaagse opvattingen. Dikwijls zoekt een individu vertroosting door middel van een reeks innerlijke reflecties. Hoop, angst en overgave worden via het geheugen en het gevoel afgetast. Alice Evermore, afkomstig uit de VS, woont en werkt in Europa (Brussel/Berlijn). Tal van haar projecten – vaak in samenwerking met diverse kunstenaars – zijn een mix van tekst, beeld en performance (boek, installatie, video, poppenspel,...). Een paar recente publicaties: Trapezoid (2001); Incidental Music (2002) en The Resistance of Ether (2004).

Alice Evermore. The poetry of Alice Evermore draws upon references that range from individual duality to modern physics. By blending together scientific knowledge with innate self-questioning, she puts together a bizarre infusion of primal wonder and contemporary understanding. Often a single subject seeks consolation through a series of inner-directed reflections. Hope, fear and submission are probed by way of memory and sensation. Alice Evermore, from the US, lives and works in Europe (Brussels/Berlin). Many of her projects – often a collaboration with diverse artists – are a mix of text, image and performance (book, installation, video, puppet show,...). Some recent publications: Trapezoid (2001); Incidental Music (2002) and The Resistance of Ether (2004).

Alice Evermore, Trapezoid, Alice Evermore, - , 2001

Michael Flomen, beeldend kunstenaar, leeft en werkt in Canada. In samenspel met de natuur maakt hij grootschalige unieke fotogrammen door vellen lichtgevoelig zwart-wit fotopapier direct en urenlang bloot te stellen aan de natuurlijke elementen. Of zoals hijzelf zegt: “Ik maak fotogrammen van dingen die we niet zien, maar waarvan we weten dat ze er zijn.” De film La nuit est ma chambre noire / Under the Cover of Darkness, geproduceerd en geregisseerd door André Cornellier en UMA (La Maison de l’image et de la photographie, Montréal) in 2009, documenteert en belicht Michael Flomens werkproces. Michael Flomen wordt vertegenwoordigd door Diana Lowenstein Fine Arts (Miami) en Hasted Kraeutler (New York).

Michael Flomen is a visual artist who lives and works in Canada. He collaborates with nature in his work, making large-scale, one-of-a-kind photograms by exposing sheets of sensitized black-and-white paper directly to natural phenomena over a period of hours. As he says, “I make photograms of things we do not see, but know are there.” The film La nuit est ma chambre noire / Under the Cover of Darkness, produced and directed by André Cornellier and UMA (La Maison de l’image et de la photographie, Montréal) in 2009, documents Michael Flomen’s process of work. He is represented by Diana Lowenstein Fine Arts (Miami) and Hasted Kraeutler (New York).

www.michaelflomen.com

Forrest Gander is een schrijver en vertaler, met titels in de geologie en de Engelstalige literatuur. Zijn boek, Core Samples from the World, daterend uit 2011, werd genomineerd voor de Pulitzer Prize en de National Book Critics Circle Award. Zijn laatste boek is een roman, The Trace. Andere recente publicaties zijn Fungus Skull Eye Wing: Selected Poems of Alfonso D'Aquino (2014), Pinholes in the Night: Essential Poems from Latin America (met Raúl Zurita, 2014), en Panic Cure: Poems from Spain for the 21st Century (2014).

Forrest Gander is a writer and translator with degrees in geology and English literature. His 2011 book, Core Samples from the World, was a finalist for the Pulitzer Prize and the National Book Critics Circle Award. His latest title is The Trace, a novel. Other recent books include Fungus Skull Eye Wing: Selected Poems of Alfonso D'Aquino (2014); Pinholes in the Night: Essential Poems from Latin America (with Raúl Zurita, 2014), and Panic Cure: Poems from Spain for the 21st Century (2014).

www.forrestgander.com

Forrest Gander, Eye Against Eye, New Directions, New York, 2005

David Hinton. Zijn talrijke vertalingen van klassieke Chinese poëzie en filosofie worden hoog gewaardeerd omdat ze als boeiende hedendaagse teksten de essentie en de dichtheid van het origineel weten over te brengen. David Hinton kreeg, naast een Guggenheimbeurs, verscheidene beursen van de National Endowment for the Arts en de National Endowment for the Humanities. Hij ontving de belangrijkste prijzen voor vertaling in de Verenigde Staten; zowel The Landon Translation Award (Academy of American Poets) als de PEN Translation Prize (PEN American Center).

David Hinton’s many translations of classical Chinese poetry and philosophy have earned wide acclaim for creating compelling contemporary texts that convey the actual texture and density of the originals. He has been awarded a Guggenheim Fellowship as well as numerous fellowships from the National Endowment for the Arts and the National Endowment for the Humanities. He has received both major translation prizes given in the U.S.: The Landon Translation Award (Academy of American Poets) and the PEN Translation Prize (PEN American Center).

www.davidhinton.net

David Hinton, The Selected Poems of T'ao Ch'ien, Copper Canyon Press, Port Townsend, 1993

Jen Hofer is een dichteres, vertaalster, boekenmaker, tolk, openbaar briefschrijver, breister en stadsfietser. Ze publiceerde onder meer Lead & Tether (Dusie Kollektiv, 2011); Ivory Black, een vertaling van Negro marfil, Myriam Moscona (Les Figues Press, 2011); one (Palm Press, 2009); in samenwerking met Patrick Durgin The Route (Atelos, 2008), sexoPUROsexoVELOZ en Septiembre, een vertaling van Dolores Dorantes, Dolores Dorantes (Counterpath Press en Kenning Editions, 2008); lip wolf, een vertaling van Laura Solórzano’s lobo de labio (Action Books, 2007). Op stapel staan onder andere: The Missing Link (Parrot Series, Insert Press), alsook vertalingen van bundels van de Guatemalaanse dichter Alan Mills en de Mexicaanse dichteres Dolores Dorantes.

Jen Hofer is a poet, translator, bookmaker, interpreter, public letter-writer, knitter and urban cyclist. Her publications include Lead & Tether (Dusie Kollektiv, 2011); Ivory Black, a translation of Negro marfil by Myriam Moscona (Les Figues Press, 2011); one (Palm Press, 2009); The Route, a collaboration with Patrick Durgin (Atelos, 2008), sexoPUROsexoVELOZ and Septiembre, a translation from Dolores Dorantes by Dolores Dorantes (Counterpath Press and Kenning Editions, 2008); and lip wolf, a translation of Laura Solórzano’s lobo de labio (Action Books, 2007). Forthcoming work includes: The Missing Link (Parrot Series, Insert Press), and translations of books by Guatemalan poet Alan Mills and Mexican poet Dolores Dorantes.

www.jenhofer.net

Jen Hofer, one, Palm Press, Long Beach, 2009

Pierre Joris woonde over een periode van 50 jaar afwisselend in de VS, Groot-Brittannië, Noord-Afrika, Frankrijk, Luxemburg, en publiceerde ruim 40 boeken met poëzie, essays en vertalingen. De bloemlezing Diwan Iffrikya: An Anthology of North African Writings from Prehistory to Today, samengesteld met Habib Tengour, is gepland voor het jaar 2012 (University of California Press); in 2011 verschijnt bij Chax Press de volledige gedichtencyclus Meditations on the Stations of Mansur al-Hallaj, en bij Black Widow Press Exile is My Trade: A Habib Tengour Reader, samengesteld, ingeleid en vertaald door Joris. Tot zijn recente publicaties behoren The Meridian: Final Version—Drafts—Materials by Paul Celan (Stanford U.P., 2011), Canto Diurno #4: The Tang Extending from the Blade (Ahadada ebook, 2010) en Justifying the Margins: Essays 1990-2006 (SALT Publishers, 2009). Hij woont met zijn vrouw, de performancekunstenaar Nicole Peyrafitte, in Bay Ridge, Brooklyn & doceert poetry & poetics aan de State University of New York, Albany.

Pierre Joris has moved between the US, Great Britain, North Africa, France & Luxembourg for 50 years, publishing over 40 books of poetry, essays and translations. Forthcoming in 2012 is Diwan Iffrikya: An Anthology of North African Writings from Prehistory to Today, co-edited with Habib Tengour (University of California Press); in 2011 Chax Press will publish the complete Meditations on the Stations of Mansur al-Hallaj (poems) & Black Widow Press Exile is My Trade: A Habib Tengour Reader edited, introduced and translated by Joris. Recent publications include his translation of The Meridian: Final Version—Drafts—Materials by Paul Celan (Stanford U.P., 2011), Canto Diurno #4: The Tang Extending from the Blade (Ahadada ebook, 2010), and Justifying the Margins: Essays 1990-2006 (SALT Publishers, 2009). He lives in Bay Ridge, Brooklyn with his wife, the performance artist Nicole Peyrafitte & teaches poetry & poetics at the State University of New York, Albany.

blogspot: Nomadics

Pierre Joris, Poasis, Selected Poems 1986-1999, Wesleyan University Press, Middletown, Connecticut, 2001

Andrew Joron. Zijn recentste verzameling poëzie, Trance Archive, New and Selected Poems, verscheen voorjaar 2010 bij City Light Books. Na anderhalf decennium science-fiction poëzie, met als hoogtepunt het boek Science Fiction (Pantograph Press, 1992), begon Joron andere vormen van de beschouwende lyriek af te tasten. Werk dat werd gebundeld in The Removes (Hard Press, 1999), in Fathom (Black Square Editions, 2003), en in The Sound Mirror (Flood Editions, 2008). The Cry at Zero, een selectie prozagedichten en kritische essays, verscheen in 2007 bij Counterpath Press. Daarnaast vertaalde Andrew Joron werk van de marxistisch-utopische filosoof Ernst Bloch, met name Literary Essays (Stanford University Press, 1998). Hij woont in Berkeley, Californië.

Andrew Joron’s latest poetry collection, Trance Archive, New and Selected Poems, was published by City Light Books in 2010. After a decade and a half spent writing science-fiction poetry, culminating in his volume Science Fiction (Pantograph Press, 1992), Joron began to elaborate other forms of lyric speculation. This work has been collected in The Removes (Hard Press, 1999), in Fathom (Black Square Editions, 2003), and in The Sound Mirror (Flood Editions, 2008). The Cry at Zero, a selection of his prose poems and critical essays, was published by Counterpath Press in 2007. Joron is also the translator, from the German, of the Marxist-Utopian philosopher Ernst Bloch’s Literary Essays (Stanford University Press, 1998). He lives in Berkeley, California.

Andrew Joron, The Sound Mirror, Flood Editions, Chicago, 2008

Robert Kelly doceert in het Writing and Written Arts Program van het Bard College (staat New York). Kelly publiceerde meer dan vijftig boeken, zowel poëzie als proza, waaronder Red Actions: Selected Poems 1960-1993 (Black Sparrow Press, 1995) en een verzameling korte prozastukken, A Transparent Tree (McPherson & Co., 1985). Recente publicaties: May Day (Parsifal Press), Lapis (Godine), Threads (First Intensity), Shame (McPherson & Co.), Sainte Terre (Shivastan). Fire Exit: A Poem verscheen najaar 2009 bij Black Widow Press.

Robert Kelly teaches in the Writing and Written Arts Program at Bard College. Kelly has published more than fifty books of poetry and prose, including Red Actions: Selected Poems 1960-1993 (Black Sparrow Press, 1995) and a collection of short fictions, A Transparent Tree (McPherson & Co., 1985). Recent books: May Day (Parsifal Press), Lapis (Godine), Threads (First Intensity), Shame (McPherson & Co.), Sainte Terre (Shivastan). Fire Exit: A Poem was published by Black Widow Press in 2009.

www.rk-ology.com

Robert Kelly, The Time of Voice, Black Sparrow Press, Santa Rosa, 1998

Lucas Klein — een voormalig radiodeejay en vakbondsvertegenwoordiger — is auteur, vertaler en redacteur van CipherJournal. Zijn vertalingen, essays en gedichten verschenen of komen te verschijnen bij Cerise, Jacket en Drunken Boat. Daarnaast is hij recensent boeken voor onder meer Rain Taxi. Na studies aan het Middlebury College (BA) en Yale University (PhD), werd hij assistent-professor aan de faculteit Chinese Letteren, City University of Hong Kong. Endure, een kleine verzameling gedichten van Bei Dao die hij samen met Clayton Eshleman vertaalde, is onlangs verschenen bij Black Widow Press. Voor het ogenblik vertaalt hij, naast werk van Xi Chuan, de Tang-dichter Li Shangyin.

Lucas Klein—a former radio DJ and union organizer—is a writer, translator, and editor of CipherJournal. His translations, essays, and poems have appeared or are forthcoming at Cerise, Jacket, and Drunken Boat, and he has regularly reviewed books for Rain Taxi and other venues. A graduate of Middlebury College (BA) and Yale University (PhD), he is Assistant Professor in the dept. of Chinese, Translation & Linguistics at City University of Hong Kong. Endure, a small collection of Bei Dao poems translated with Clayton Eshleman is now out from Black Widow Press, and in addition to Xi Chuan he is at work translating Tang dynasty poet Li Shangyin.

www.cypherjournal.com

Heller Levinson woont in NYC waar hij het dierlijk gedrag bestudeert. Hij publiceerde in ruim honderd magazines en tijdschriften waaronder Sulfur, Jacket, Hunger, Talisman, First Intensity, Laurel Review, Omega, The Wandering Hermit, Fire (U.K), Tears in the Fence (U.K.), Alligatorzine, The Jivin' Ladybug, Moria, Woodcoin, Mad Hatter Review, etc. Zijn boek, Smelling Mary (Howling Dog Press, 2008) werd genomineerd voor zowel de Pulitzer Prize als de Griffin Prize. Zijn laatste bundel, from stone this running, verscheen in 2011 bij Black Widow Press. Daarnaast is hij de bedenker van de Hinge Theory.

Heller Levinson lives in NYC where he studies animal behavior. He has published in over a hundred journals and magazines including Sulfur, Jacket, Hunger, Talisman, First Intensity, Laurel Review, Omega, The Wandering Hermit, Fire (U.K), Tears in the Fence (U.K.), Alligatorzine, The Jivin' Ladybug, Moria, Woodcoin, Mad Hatter Review, etc. His publication, Smelling Mary (Howling Dog Press, 2008), was nominated for both the Pulitzer Prize and the Griffin Prize. His latest book of poems, from stone this running, was published by Black Widow Press in 2011. Additionally, he is the originator of Hinge Theory.

www.hellerlevinson.com

Heller Levinson, from stone this running, Black Widow Press, Boston, 2011

Linda Lynch woont en werkt in New Mexico dichtbij de grens tussen de VS en Mexico. Ze is uit het westen van Texas afkomstig van een landbouwersgeneratie gevestigd op de verlaten hoogvlakten van de Chihuahuawoestijn. Ze behaalde een Bachelor in beeldende kunst (tekenen en grafiek) aan het San Francisco Art Institute en heeft meerdere jaren doorgebracht in New York en in Afrika. Haar werk bevindt zich in talrijke private and publieke collecties, waaronder het Museum of Modern Art, New York, The Brooklyn Museum, Harvard University Art Museum, Yale University Gallery, het Museum of Fine Arts, Houston en het University of California at Los Angeles Hammer Museum.

Linda Lynch lives and works in southern New Mexico on the US/Mexico border. She is a native of far west Texas from a ranching family long established in the solitude of the high Chihuahuan desert. She has a Bachelor of Fine Arts degree in drawing and printmaking from the San Francisco Art Institute and has spent many years in New York and abroad in Africa. Her work is in numerous private and public collections including the Museum of Modern Art, New York, The Brooklyn Museum, Harvard University Art Museum, Yale University Gallery, the Museum of Fine Arts, Houston, and the University of California at Los Angeles Hammer Museum.

www.lindalynchstudio.net

Heller Levinson, Linda Lynch, Felino A. Soriano, Hinge Trio, La Alameda Press, Albuquerque, 2012

Michael McClure trad voor het eerst op als dichter in 1955, dezelfde avond waarop Allen Ginsbergs "Howl" publiek werd voorgesteld, in de Six Gallery in San Francisco. Recent verschenen de boeken Of Indigo and Saffron: New and Selected Poems (UC Press) en Mysteriosos (New Directions). Hij won verscheidene Obie Awards voor theater, onder meer voor het stuk The Beard, een fictieve dialoog tussen Jean Harlow en Billy the Kid in het hiernamaals. De acteurs ervan zaten, op beschuldiging van openbare zedenschennis, in Los Angeles gedurende 14 dagen in arrest en de zaak lokte een felle polemiek uit omtrent censuur en theater. Michael McClure publiceerde twee romans, een aantal essaybundels, 25 bundels poëzie, en is de maker van drie documentaires. Na een Guggenheimbeurs, vatte hij reizen aan naar Afrika en IJsland. Hij heeft een specifieke interesse voor biologische wetenschappen en zieners, meer in het bijzonder William Blake en Dogen. De revolutionaire poëzie van Shelley of Diane di Prima ligt hem nauw aan het hart. Hij treedt internationaal op en maakt opnames, poëzie en DVD's, samen met Ray Manzarek en Terry Riley. Journalistiek werk van hem verscheen in zowel Vanity Fair als Rolling Stone. Zijn vrouw is de beeldhouwster Amy Evans McClure.

Michael McClure gave his first poetry reading in 1955 at the initiating event of "Howl" at the Six Gallery in San Francisco. His most recent books are Of Indigo and Saffron: New and Selected Poems (UC Press) and Mysteriosos (New Directions). His plays have received Obie Awards including "The Beard," a dialog between Jean Harlow and Billy the Kid in a blue velvet eternity — whose actors were arrested 14 nights in a row in Los Angeles. It became the center of censorship controversy in American theatre. McClure has two novels, several books of essays, 25 books of poetry, and is the creator of three documentaries. A Guggenheim was awarded before he began traveling to Africa and Iceland. Among his interests are the Biological Sciences and the Visionaries, especially William Blake and Dogen. He loves the revolutionary poetry of Shelley and of Diane di Prima. He performs internationally and records poetry and DVD's with Ray Manzarek and Terry Riley. McClure's journalism has been in Vanity Fair and Rolling Stone. He is married to sculptor Amy Evans McClure.

www.michael-mcclure.com

Michael McClure, Mysteriosos and Other Poems, New Directions, New York, 2010

Patrick Merckaert [ob.2011] was een beeldend kunstenaar. Hij hanteerde verscheidene technieken (integratie, installatie, mixed media) en maakte op een specifieke wijze gebruik van de architecturale ruimte, fotografisch beeldmateriaal en woorden of begrippen. Zijn ruimtelijke integraties kunnen beschouwd worden als een ‘heterotopie’, letterlijk een andere plaats, een soort archimedisch punt van waaruit we de wereld kunnen waarnemen, evalueren en veranderen.

Patrick Merckaert [ob.2011] was a visual artist. He employed various techniques (integration, installation, mixed media) and made a specific use of architectural space, photographic material and words or concepts. His spatial integrations can be understood as a ‘heterotopic’, literally an other place, a kind of Archimedean point from which we can observe, evaluate and change the world.

www.patrickmerckaert.be

Patrick Merckaert, Integratie Integration, SD WORX and Patrick Merckaert , Belgium, 2002

Sandra Moussempès is geboren en getogen in Parijs. Na een verblijf in Londen, woont ze momenteel in de Gard, Zuid-Frankrijk. Ze is, gelijklopend met haar literaire activiteit, ook een zangeres (improvisatie en elektronische muziek) en creëert vocaal werk. Ze heeft onder andere meegewerkt aan het laatste album van de Britse groep The Wolfgang Press, dat verscheen op het label 4AD. Tot haar meest recente publicaties behoren Biographie des idylles (Editions de l'Attente, 2008), Photogénie des ombres peintes (Flammarion, Collection Poésie, 2009) en Acrobaties dessinées & CD Beauty Sitcom (Éditions de l'Attente, 2012).

Sandra Moussempès was born and raised in Paris. After a stay in London, she now lives in the Gard, Southern France. Parallel to her writing activities, she’s a singer (improvisation and electronic music) and creates vocal pieces. She collaborated on the latest album from the British band The Wolfgang Press, recorded for the 4AD label. Among her most recent publications are Biographie des idylles (Editions de l'Attente, 2008), Photogénie des ombres peintes (Flammarion, Collection Poésie, 2009) and Acrobaties dessinées & CD Beauty Sitcom (Éditions de l'Attente, 2012).

blogspot: http://sandramoussempes.blogspot.com/

Sandra Moussempès, Acrobaties dessinées, Éditions de l'Attente, Bordeaux, 2012

John Olson heeft tot op heden een zevental poëziebundels gepubliceerd, onder meer The Night I Dropped Shakespeare on the Cat, Oxbow Kazoo en Stream Velocity. Zijn poëzie en prozagedichten verschenen in talrijke magazines waaronder Talisman, First Intensity, Volt, New American Writing en American Letters & Commentary. Zijn literaire kritiek en essays verschijnen regelmatig in The Seattle Review, The American Book Review en Rain Taxi. In 2008 publiceerde Quale Press zijn roman Souls of Wind en Black Widow Press Backscatter: New and Selected Poems. Zijn laatste roman, The Nothing That Is, verscheen in 2010 bij Ravenna Press. Larynx Galaxy, een verzameling essays en prozagedichten, verscheen juni 2012 bij Black Widow Press.

John Olson has published seven collections of prose poems and poetry to date, including The Night I Dropped Shakespeare on the Cat, Oxbow Kazoo, and Stream Velocity. His poetry and prose poems have appeared in numerous publications including Talisman, First Intensity, Volt, New American Writing, and American Letters & Commentary. His literary criticism and essays appear regularly in The Seattle Review, The American Book Review, and Rain Taxi. In 2008, Quale Press published his novel Souls of Wind, and Black Widow Press published Backscatter: New and Selected Poems. His latest novel, The Nothing That Is, was published by Ravenna Press in 2010. Larynx Galaxy, a collection of essays and prose poetry, appeared in June, 2012, from Black Widow Press.

blogspot: Tillalala Chronicles

John Olson, Backscatter: New & Selected Poems, Black Widow Press, Boston, 2008

Ron Padgett. Recente publicaties: How Long (gedichten), If I Were You (gezamenlijke projecten), en twee gedenkschriften, Oklahoma Tough: My Father, King of the Tulsa Bootleggers en Joe: A Memoir of Joe Brainard. Padgett is ook de vertaler van Blaise Cendrars’ Complete Poems. Hij werkte samen met kunstenaars zoals Jim Dine, Alex Katz, George Schneeman en Joe Brainard. Een herziene uitgave van zijn vertaling (met Bill Zavatsky) van Valery Larbauds Poems of A. O. Barnabooth, verscheen in 2008 bij Black Widow Press. Onlangs publiceerde Coffee House Press zijn Collected Poems.

Ron Padgett’s recent books include How Long (poems), If I Were You (collaborative works), and two memoirs, Oklahoma Tough: My Father, King of the Tulsa Bootleggers and Joe: A Memoir of Joe Brainard. Padgett is also the translator of Blaise Cendrars’ Complete Poems. He has collaborated with artists such as Jim Dine, Alex Katz, George Schneeman, and Joe Brainard. In 2008 Black Widow Press published a revised version of his translation (with Bill Zavatsky) of Valery Larbaud’s Poems of A. O. Barnabooth. Most recently, Coffee House Press published his Collected Poems.

www.ronpadgett.com

Ron Padgett, New & Selected Poems, David R. Godine, Boston, 1995

Erin Parsch leerde op jonge leeftijd schilderen van haar moeder. Ze studeerde dans, piano en muziektheorie aan de Youth Performing Arts School in Louisville, Kentucky, en aan de Universiteit van Louisville. Op achttienjarige leeftijd verhuisde Parsch naar New York, waar ze als centrale danseres de Erick Hawkins Dance Company betrad. Als danser bij het gezelschap ontwierp en creëerde Parsch het decor voor verscheidene voorstellingen. Ze kreeg de opdracht een groot doek (12' x 18') te schilderen voor een dansvoorstelling die in april 2005 in het Lincoln Center in première ging. Parsch had solotentoonstellingen in de Wooster Arts Space in SoHo, daarnaast werd werk van haar opgenomen in groepstentoonstellingen, naast schilderwerk van Basquiat en Hinmann. Recent stelde ze haar werk tentoon in de NAWA-galerie, New York. Haar atelier bevindt zich in New Paltz, New York.

Erin Parsch learned to paint at an early age from her mother. She studied dance, piano, and music theory at the Youth Performing Arts School in Louisville, Kentucky, and the University of Louisville. At the age of eighteen, Parsch moved to New York City where she joined the Erick Hawkins Dance Company as a principal dancer. While dancing with the company, Parsch designed and created sets for the performances. She was commissioned to paint a 12' x 18' piece for a dance performance that premiered at Lincoln Center in April 2005. Parsch has had solo shows at the Wooster Arts Space in SoHo, and her work was exhibited in a group show with paintings by Basquiat and Hinmann. She recently showed her work at an exhibit at NAWA in New York City. Her studio is in New Paltz, New York.

www.erinparsch.com

Kristin Prevallet, geboren in Colorado, woont thans in Brooklyn, New York. Ze is de auteur van een viertal boeken, waaronder I, Afterlife: Essay in Mourning Time (Essay Press, 2007), en verzorgde en introduceerde de kritische uitgave van Helen Adams werk, A Helen Adam Reader (National Poetry Foundation, 2007). Ze maakt deel uit van het Belladonna Collaborative en is werkzaam als hypnotherapeute in Manhattan.

Kristin Prevallet was born in Colorado and currently lives in Brooklyn, New York. She is the author of four books, including I, Afterlife: Essay in Mourning Time (Essay Press, 2007) and she both edited and introduced the critical edition of Helen Adam’s work, A Helen Adam Reader (National Poetry Foundation, 2007). She is a member of the Belladonna Collaborative and works as a hypnotherapist in Manhattan.

www.kayvallet.com

Kristin Prevallet, I, Afterlife: Essay in Mourning Time, Essay Press, Athens, Ohio, 2007

Terry Riley wordt beschouwd als een van de grondleggers van de minimal music. Zijn sleutelcompositie "In C" zette het minimalisme voorgoed op de kaart van de hedendaagse muziek, en zijn werk oefent tot op heden een grote invloed uit. Gedurende zijn vijftigjarige loopbaan wist Riley, zonder zich vast te klampen aan het minimalisme, telkens de grenzen te verleggen. Opvallend hierbij is het vlot transformeren en morphing van verschillende benaderingswijzen. Complexe bestanddelen uit de Indiase muziek, de jazz, Afrikaanse of Middel-Oosterse muziek versmelten nagenoeg volledig in veel van zijn werken. Als begenadigd pianist, zanger en improvisator, trad hij sinds 1955 wereldwijd op. Hij was een leerling van wijlen Pandit Pran Nath, de legendarische Noord-Indiase vocalist, die hij op tal van concerten, zowel op tabla als met zang, begeleidde. Hij schreef muziek voor kamerensemble, orkest, jazz-, rock- of wereldmuziekensembles. Terry Riley heeft met uiteenlopende artiesten samengewerkt, onder meer La Monte Young, Chet Baker, John Cale, Don Cherry, Krishna Bhatt, Stefano Scodanibbio, Kronos Quartet, beeldend kunstenaar Bruce Conner en de dichter Michael McClure.

Terry Riley is considered to be one of the founding fathers of the minimalist movement. His landmark composition "In C" established minimalism as a vital force in contemporary music, and his work continues to be a major influence today. His career, spanning five decades, far from being confined to the minimalist category, has always crossed boundaries and been marked by its effortless transformations and morphing from one strata of thought to another. Highly developed elements of Indian music, Jazz, African and middle eastern music can be heard in intricate melding in much of his work. A gifted pianist, singer and improviser he has performed worldwide since 1955. He is a senior disciple of the late legendary North Indian vocalist, Pandit Pran Nath, and appeared in numerous concerts as the Master’s accompanist both on tabla and vocal. He has written for chamber, orchestral, jazz, rock and world music ensembles. Terry Riley’s list of collaborators includes La Monte Young, Chet Baker, John Cale, Don Cherry, Krishna Bhatt, Stefano Scodanibbio, Kronos Quartet, artist Bruce Conner and poet Michael McClure.

http://terryriley.net/


Terry Riley & Michael McClure, I Like Your Eyes Liberty, Sri Moonshine, Camptonville, 2004

Jerome Rothenberg. Dichter, vertaler en editor. Publiceerde een lange lijst poëziebundels, waaronder de opmerkelijke Poland/1931 (1974), That Dada Strain (1983), Khurbn (1989) & recenter de bundels A Paradise of Poets (1999), A Book of Witness: Spells & Gris-Gris (2003), Gematria Complete (2009) en Concealments & Caprichos (2010). In 2011 verscheen bij Junction Press Retrievals, Uncollected & New Poems 1955-2010. Maker van grensverleggende bloemlezingen: Revolution of the Word: American Avant-Garde Poetry between the Two World Wars (1974), Technicians of the Sacred: A Range of Poetries from Africa, America, Asia, Europe and Oceania (1985), Shaking the Pumpkin: Traditional Poetry of the Indian North Americas (1986) en Poems for the Millenium (1995, 1998 en 2009). Hij staat alom bekend voor zijn baanbrekend werk voor de etnopoëtica. Heel recent verscheen bij Black Widow Press Eye of Witness, A Jerome Rothenberg Reader.

Jerome Rothenberg. Poet, translator and editor. Published a long list of books of poetry, notably Poland/1931 (1974), That Dada Strain (1983), Khurbn (1989) & more recently A Paradise of Poets (1999), A Book of Witness: Spells & Gris-Gris (2003), Gematria Complete (2009) and Concealments & Caprichos (2010). Retrievals, Uncollected & New Poems 1955-2010 was published by Junction Press in 2011. Maker of groundbreaking anthologies: Revolution of the Word: American Avant-Garde Poetry between the Two World Wars (1974), Technicians of the Sacred: A Range of Poetries from Africa, America, Asia, Europe and Oceania (1985), Shaking the Pumpkin: Traditional Poetry of the Indian North Americas (1986) en Poems for the Millenium (1995, 1998 and 2009). He has been widely acknowledged for his pioneering work in ethnopoetics. Most recently, Black Widow Press published Eye of Witness, A Jerome Rothenberg Reader.

www.epc.buffalo.edu/authors/rothenberg
blogspot: Poems and Poetics

Jerome Rothenberg, Poland/1931, New Directions, New York, 1974

George Schneeman [ob.2009] begon te schilderen in Italië in 1958. In 1966 verhuisde hij naar New York, waar hij samenwerkte met dichters zoals Ron Padgett, Ted Berrigan, Anne Waldman en Bill Berkson. Schneeman stelde zijn werk tentoon onder meer in de Fischbach Gallery, Holly Solomon Gallery, Denver Art Museum, The American Academy of Arts and Letters, en de Donahue/Sosinski Gallery. In 2004 verscheen bij Granary Books Painter among Poets: The Collaborative Art of George Schneeman.

George Schneeman [ob. 2009] began painting in Italy in 1958. In 1966 he moved to New York City, where he has collaborated with poets such as Ron Padgett, Ted Berrigan, Anne Waldman, and Bill Berkson. Schneeman has shown his work at the Fischbach Gallery, Holly Solomon Gallery, Denver Art Museum, The American Academy of Arts and Letters, and at the Donahue/Sosinski Gallery, among many others. In 2004 Granary Books published Painter among Poets: The Collaborative Art of George Schneeman.

www.georgeschneeman.com

George Schneeman, Painter among Poets, Granary Books, New York, 2004

Anthony Seidman's derde poëziebundel, Cosmic Weather, verschijnt later dit jaar bij White Print Inc., Detroit. Meer poëzie van Seidman is te vinden in magazines zoals bijvoorbeeld The Bitter Oleander, Skidrow Penthouse of Hunger. Recent publiceerde hij een kunstenaarsboek, The Motel Insomnia, in samenwerking met Jean-Claude Loubieres en AdeLeo Editions, Parijs.

Anthony Seidman's third collection of poetry, Cosmic Weather, is due later this year from White Print Inc., out of Detroit. More poetry by Seidman can be found in the pages of such journals as The Bitter Oleander, Skidrow Penthouse, Hunger, etc. He recently published a new livre d'artiste, entitled The Motel Insomnia, with Jean-Claude Loubieres and AdeLeo Editions of Paris, France (the book is available via the artist's website).

www.jeanclaudeloubieres.com

Gary Snyder. Dichter. Essayist. Ecologist. Boeddhist. Talrijke publicaties staan op zijn naam. Onder meer de poëziebundels Riprap (1959), Turtle Island (1974), Left Out in the Rain (1986), No Nature (1992), Mountains and Rivers without End (1996), Danger on Peaks (2004). De verzameling Cold Mountain Poems (1958-59) is een indrukwekkende vertaling/bewerking van een gedichtencyclus van de Chinese boeddhistische dichter Hanshan (Tang periode). Belangwekkende prozabundels zijn: The Practice of the Wild (1990), een ecologische en antropologische studie over de wildernis; A Place in Space (1995), waarin aandacht voor zowel ethica als esthetica. Een ideale introductie tot zijn werk is de bloemlezing The Gary Snyder Reader (2000).

Gary Snyder. Poet. Essayist. Ecologist. Buddhist. Gary Snyder’s books of poetry include Riprap (1959), Turtle Island (1974), Left Out in the Rain (1986), No Nature (1992), Mountains and Rivers without End (1996), Danger on Peaks (2004). The collection Cold Mountain Poems (1958-59) is an impressive translation/adaptation of a cycle of poems from the Chinese Buddhist poet Han-shan (T’ang dynasty). Interesting books of prose are: The Practice of the Wild (1990), an ecological and anthropological study of the wild; A Place in Space (1995), focusing on both ethics as esthetics. An ideal introduction to his work is the anthology The Gary Snyder Reader (2000).

Gary Snyder, The Back Country, Fulcrum Press, London, 1967

Nathaniel Tarn. Dichter, vertaler, criticus en antropoloog. Zijn poëzie getuigt van een bijna onbegrensde interessesfeer en een opvallende bedrevenheid in allerhande stijlen. Tarn werd opgeleid in Frankrijk, België, Engeland en de VS. Hij doceerde aan de universiteiten van Chicago, Londen, Princeton, Pennsylvania, Rutgers, Colorado, New Mexico en Jilin (volksrepubliek China). Een van de grondleggers van de etnopoëtica; de thema's van zijn werk – binnen diverse literaire en wetenschappelijke genres – omvatten zowel de Mayaritus als de joodse mystiek, de boeddhistische kloosters van Birma, China, Tibet of Japan als de poolzee van Alaska. Tarn publiceerde een vijfendertigtal boeken en vertalingen, en was een van de eerste redactieleden van Cape Editions en Cape Golliard Press in de jaren zestig en zeventig. Een aantal recente poëziebundels: The Architextures (2000); The St.Petersburg Poems (2001); Selected Poems (2002); Dying Trees (2003); Recollections of Being (2004) en Avia (2008). In 2007 verscheen bij Stanford University Press zijn nieuwe essaybundel, The Embattled Lyric, Essays and Conversations in Poetics and Anthropology. Zijn nieuwste poëziebundel, Ins and Outs of the Forest Rivers, verscheen in 2008 bij New Directions.

Nathaniel Tarn. Poet, translator, critic and anthropologist. His poetry covers an almost limitless range of interests and a remarkable dexterity in both open and closed forms. Tarn was educated in France, Belgium, England and the US. He has taught at the Universities of Chicago, London, Princeton, Pennsylvania, Rutgers, Colorado, New Mexico and Jilin (People's republic of China). One of the founding figures of Ethnopoetics, his work has ranged from Maya ritual to Jewish mysticism, the Buddhist monasteries of Burma, China, Tibet, and Japan to the Arctic seas of Alaska. Tarn has published some thirty-five books and translations and was founding editor of Cape Editions and Cape Golliard Editions in the sixties and seventies. Some recent poetry books: The Architextures (2000); The St.Petersburg Poems (2001); Selected Poems (2002); Dying Trees (2003); Recollections of Being (2004) and Avia (2008). His new book of essays, The Embattled Lyric, Essays and Conversations in Poetics and Anthropology, was published by Stanford University Press in 2007. His newest book of poems, Ins and Outs of the Forest Rivers, was published by New Directions in 2008.

Nathaniel Tarn, The Architextures, Chax Press, Tucson, 2000

Mónica de la Torre is de auteur van Acúfenos, een Spaanstalige poëziebundel onlangs gepubliceerd in Mexico Stad, en medeauteur van het kunstenaarsboek Appendices, Illustrations & Notes. Ze vertaalde en verzorgde een bloemlezing poëzie van Gerardo Deniz, één van Mexico’s belangrijkste vertegenwoordigers van de 'neobarok', en verzorgde samen met Michael Wiegers de anthologie Reversible Monuments: Contemporary Mexican Poetry. In februari 2007 verscheen bij Switchback Books haar eerste Engelstalige poëziebundel, Talk Shows. Ze is redactrice poëzie van The Brooklyn Rail en woont in New York.

Mónica de la Torre is author of Acúfenos, a book of poems in Spanish published recently in Mexico City, and co-author of the artist book Appendices, Illustrations & Notes. She translated and edited a volume of selected poems by Gerardo Deniz, one of Mexico’s leading exponents of the Neo-Baroque, and co-edited the anthology Reversible Monuments: Contemporary Mexican Poetry with Michael Wiegers. Her first collection of poetry in English, Talk Shows, was published by Switchback Books in February of 2007. She is the poetry editor of The Brooklyn Rail and lives in New York.

Mónica de la Torre, Talk Shows, Switchback Books, Chicago, 2007

Mark Trayle is actief in allerlei media, zoals live electronic music, installaties, improvisatie en composities voor kamerensemble. Recente optredens en tentoonstellingen vonden plaats in t-u-b-e (Munich), DEAF '04 (Rotterdam), Resistance Fluctuations (LA), net_condition (ZKM Karlsruhe), Pro Musica Nova, Format5 (Berlin), Inventionen 2004 (Berlin). Zijn muziek werd uitgevoerd door Champs D'Action, Ensemble Zwischentoene, Kammerensemble Neue Musik Berlin en Ensemble Mosaik. Recent werkte hij samen met onder meer Muhal Richard Abrams, Boris Baltschun en Serge Baghdassarians, David Behrman, Toshimaru Nakamura, Wadada Leo Smith, The Hub.

Mark Trayle works in a variety of media including live electronic music, installations, improvisation, and compositions for chamber ensembles. Recent venues for performances and exhibitions include t-u-b-e (Munich), DEAF '04 (Rotterdam), Resistance Fluctuations (LA), net_condition (ZKM Karlsruhe), Pro Musica Nova, Format5 (Berlin), and Inventionen 2004 (Berlin). His music has been performed by Champs D'Action, Ensemble Zwischentoene, Kammerensemble Neue Musik Berlin, and Ensemble Mosaik. Recent collaborators include Muhal Richard Abrams, Boris Baltschun and Serge Baghdassarians, David Behrman, Toshimaru Nakamura, Wadada Leo Smith, and The Hub.

http://music.calarts.edu/~met/

Mark Trayle, Goldstripe, Creative Sources, Lisboa, 2008

Chris Tysh. Dichter, toneelschrijver en vertaalster. Ze werd geboren en grootgebracht in Parijs, waar ze aan de Sorbonne Amerikaanse literatuur studeerde. Sinds 1989 is ze verbonden aan de faculteit Engelse letteren van de Wayne State University in Detroit, waar ze schrijven en vrouwenstudies doceert. Tot haar boeken behoren Secrets of Elegance, Porne, Coat of Arms, In the Name, Continuity Girl en Cleavage. Recent verscheen bij United Artists Books Night Scales: A Fable for Klara K.

Chris Tysh. Poet, playwright and translator. She was born and raised in Paris where she studied American literature at the Sorbonne. Since 1989, she is on the faculty of the English Department at Wayne State University in Detroit, where she teaches creative writing and women’s studies. Her books include Secrets of Elegance, Porne, Coat of Arms, In the Name, Continuity Girl and Cleavage. United Artists Books published recently Night Scales: A Fable for Klara K.

Chris Tysh, Coat Of Arms, Station Hill, Barrytown, 1992

Anne-Mie Van Kerckhoven [AMVK] combineert computergebaseerd werk met onder meer tekst, klank, video of schilderstukken, en verenigt deze elementen in multimedia installaties. AMVK heeft een uitgesproken interesse voor de relatie tussen kunst, wetenschap, politiek en sociologie. In haar werk worden uiteenlopende kennissystemen in verband gebracht, de grenzen van het onbewuste afgetast, en morele aberraties of obsceniteit vanuit een vrouwelijk standpunt benaderd. Dit om tot een beter begrip te komen van de eigentijdse verwarring & om een positieve gemoedsgesteldheid te bewerkstelligen. Haar werk wordt regelmatig getoond in Europa, Azië of Amerika; daarnaast geeft ze wereldwijd lezingen over haar werk. Anne-Mie Van Kerckhoven wordt vertegenwoordigd door Zeno X Gallery in Antwerpen en Galerie Barbara Thumm in Berlijn.

Anne-Mie Van Kerckhoven [AMVK] combines computer-based work with text, sound, video or painting, and assembles these elements in multimedia installations. AMVK is specifically interested in the relation between art, science, politics and social science. Her work connects different knowledge systems, explores the areas of the unconscious, and looks at moral aberrations or the obscene from a female point of view. For a better understanding of the contemporary confusion & to create a more positive state of mind. Her work has been displayed frequently in Europe, Asia or America; and she lectures about her work in many parts of the world. Anne-Mie Van Kerckhoven is represented by Zeno X Gallery in Antwerp and Galerie Barbara Thumm in Berlin.

www.clubmoral.com/AMVK
www.zeno-x.com
www.bthumm.de

Anne-Mie Van Kerckhoven, Paradogma, Maldoror, 's-Gravenhage, 1993

Cecilia Vicuña is afkomstig uit Chili en verblijft sedert een aantal decennia in New York. Een veelzijdige kunstenares/dichteres: poëzie, performance, film, sculptuur en installaties. Haar werk refereert aan zowel de orale traditie (hoofdzakelijk van de Andes) als de moderne en hedendaagse cultuur & is doordrongen van een diep ecologisch besef. Een aantal publicaties: La Wik’uña (1990); de (tweetalige) gedichtenbundel Unravelling Words & the Weaving of Water (1992); The Precarious, The Art and Poetry of Cecilia Vicuña / Quipoem (1997) bevat poëzie en beeldwerk, alsook essays over haar werk; Cloud-Net (2000); El Templo (2001); Instan (2002), met zowel tekst als beeld; I Tu (2004). Samen met Ernesto Livon-Grosman stelde ze voor de Oxford University Press de bloemlezing Anthology of 500 Years of Latin American Poetry samen (2009).

Cecilia Vicuña moved between her native Chile to New York over the last three decades. An artist/poet of multiple means: poetry, performance pieces, film, sculpture and installations. Her work draws from both oral traditions (principally Andean) as modern and contemporary culture & shows a deep ecological understanding. Some publications: La Wik’uña (1990); Unravelling Words & the Weaving of Water (1992) is a (bilingual) collection of poems; The Precarious, The Art and Poetry of Cecilia Vicuña / Quipoem (1997) has poetry and artwork, and some essays on her work as well; Cloud-Net (2000); El Templo (2001); Instan (2002), consisting of both text and image; I Tu (2004). She is the co-editor, with Ernesto Livon-Grosman, of the Anthology of 500 Years of Latin American Poetry for Oxford University Press (2009).

www.ceciliavicuna.org

Cecilia Vicuña, I Tu, Tsé Tsé, Buenos Aires, 2004

Rosmarie Waldrop. Recente poëziebundels zijn Curves to the Apple, Blindsight (allebei New Directions) en Love, Like Pronouns (Omnidawn). Dissonance (if you are interested), haar verzamelde essays, verscheen bij University of Alabama Press. Daarnaast vertaalde ze boeken van Edmond Jabès, Emmanuel Hocquard, Jacques Roubaud en, uit het Duits, Friederike Mayröcker, Elke Erb, Oskar Pastior, Gerhard Rühm en Ulf Stolterfoht. Ze woont in Providence, RI., waar ze samen met Keith Waldrop de uitgaves van Burning Deck verzorgt.

Rosmarie Waldrop 's recent poetry books are Curves to the Apple, Blindsight (both New Directions), and Love, Like Pronouns (Omnidawn). University of Alabama Press published her collected essays, Dissonance (if you are interested). She has also translated books by Edmond Jabès, Emmanuel Hocquard, Jacques Roubaud and, from the German, Friederike Mayröcker, Elke Erb, Oskar Pastior, Gerhard Rühm and Ulf Stolterfoht. She lives in Providence, RI. where she co-edits Burning Deck books with Keith Waldrop.

Rosmarie Waldrop, Blindsight, New Directions, New York, 2003

Eliot Weinberger woont in New York en is een essayist, vertaler en editor. Samensteller van The New Directions Anthology of Classical Chinese Poetry (2003), Selected Non-Fictions van Jorge Luis Borges (1999) en de bloemlezing American Poetry since 1950: Innovators & Outsiders (1993). Hij is vertaler van onder meer Octavio Paz, Vicente Huidobro, Xavier Villaurrutia, Bei Dao... Auteur van Nineteen Ways of Looking at Wang Wei (1987) en tal van essaybundels: Works on Paper (1986), Outside Stories (1992), Karmic Traces (2000), An Elemental Thing (2007). What Happened Here: Bush Chronicles (2005) verzamelt zijn politieke artikels, van 11/09 tot 2005 (een aantal hiervan werd eerder in vertaling gepubliceerd in het tijdschrift Yang). Oranges & Peanuts for Sale, zijn nieuwe essaybundel, verscheen in 2009 bij New Directions.

Eliot Weinberger lives in New York and is an essayist, translator and editor. Editor of The New Directions Anthology of Classical Chinese Poetry (2003), Selected Non-Fictions by Jorge Luis Borges (1999) and the anthology American Poetry since 1950: Innovators & Outsiders(1993). He is a translator of Octavio Paz, Vicente Huidobro, Xavier Villaurrutia, Bei Dao... Author of Nineteen Ways of Looking at Wang Wei (1987) and several collections of essays: Works on Paper (1986), Outside Stories (1992), Karmic Traces (2000), An Elemental Thing (2007). What Happened Here: Bush Chronicles (2005) includes his political articles, from 9/11 till 2005. Oranges & Peanuts for Sale, his new book of essays, was published by New Directions in 2009.

Eliot Weinberger, What Happened Here: Bush Chronicles, New Directions, New York, 2005

Jeffrey Yang is auteur van de poëziebundels An Aquarium (2009 PEN/Osterweil Award) en Vanishing-Line (2011), allebei uitgaven van Graywolf Press. Tot zijn vertalingen behoren Su Shi's East Slope (Ugly Duckling Presse) en een verzameling klassieke Chinese gedichten, Rhythm 226. Recente vertalingen van een essay van Bei Dao en gedichten van Liu Xiaobo werden opgenomen in Granta:108 en in PEN America:11; het essay "Some Notes on Transmigration, or The Live Bird Decoy" werd gepubliceerd in Chicago Review 55:1. Hij is redacteur bij de uitgeverij New Directions Publishing.

Jeffrey Yang is the author of the poetry books, An Aquarium (2009 PEN/Osterweil Award winner) and Vanishing-Line (2011), both from Graywolf Press. His translations include Su Shi's East Slope (Ugly Duckling Presse) and a collection of classical Chinese poems, Rhythm 226. His recent translations of an essay by Bei Dao and poems by Liu Xiaobo can be found in Granta:108 and PEN America:11; and an essay, "Some Notes on Transmigration, or The Live Bird Decoy" in Chicago Review 55:1. He works as an editor at New Directions Publishing.

Jeffrey Yang, An Aquarium, Graywolf Press, Minnesota, 2008

Bill Zavatsky woont in New York City, waar hij aan de Trinity School doceert. Zijn laatste gedichtenbundel, Where X Marks the Spot, verscheen in 2006 bij de uitgeverij Hanging Loose Press. Vertalingen van gedichten van Robert Desnos werden gepubliceerd in The Sienese Shredder en Essential Poems and Writings of Robert Desnos (Black Widow Press, 2007). Samen met Ron Padgett vertaalde hij de gedichten van Valery Larbaud die op deze site verschijnen.

Bill Zavatsky lives in New York City, where he teaches at the Trinity School. His last book of poems, Where X Marks the Spot, was published in 2006 by Hanging Loose Press. He has published translations of Robert Desnos poems in The Sienese Shredder as well as in Essential Poems and Writings of Robert Desnos (Black Widow Press, 2007). He is the co-translator, with Ron Padgett, of the Valery Larbaud translations that appear in this issue.

Bill Zavatsky, Where X Marks the Spot, Hanging Loose Press, Brooklyn, 2006

www.alligatorzine.be | © alligator